Begrippenlijst
Keukentaal zonder geheimzinnigheid.
51 korte uitleggen van technieken, smaak, deeg en voedselveiligheid. Op kookkaarten kun je gestippeld onderstreepte termen direct openen.
Aanbraden
Een product op hoge hitte rondom bruin kleuren voordat het verder gaart.
Ook genoemd: aangebraden, braad aan TechniekAfblussen
Vocht aan een hete pan toevoegen om aanbaksels los te maken.
Ook genoemd: blus af, afgeblust Smaak en structuurAl dente
Pasta of rijst die gaar is, maar nog lichte beet heeft.
TechniekAu bain-marie
Voorzichtig verwarmen boven of in heet water, zonder directe felle hitte.
Ook genoemd: au bain marie, waterbad Smaak en structuurBeetgaar
Gaar, maar nog stevig genoeg om bij het bijten weerstand te geven.
TechniekBinden
Een vloeistof dikker maken zodat saus of soep meer samenhang krijgt.
Ook genoemd: gebonden, bindt, bindmiddel TechniekBlancheren
Een product kort koken en daarna snel afkoelen.
Ook genoemd: blancheer, geblancheerd Bakken en deegBlind bakken
Een taartbodem voorbakken zonder vulling.
Ook genoemd: blindgebakken, blindbakken TechniekBraden
Vlees, gevogelte of groenten rondom kleuren en daarna gecontroleerd verder garen.
Ook genoemd: gebraden, braad TechniekBraiseren
Eerst aanbraden en daarna langzaam garen met een kleine hoeveelheid vocht.
Ook genoemd: gebraiseerd, braiseer TechniekDeglaceren
De pan afblussen en de bruine aanbaksels oplossen in vocht.
Ook genoemd: deglaceer, gedeglaceerd TechniekEmulgeren
Olie en een waterige vloeistof tot een samenhangende saus mengen.
Ook genoemd: emulgeer, geëmulgeerd, emulgeert Smaak en structuurEmulsie
Een mengsel van twee vloeistoffen die normaal niet goed mengen, zoals olie en water.
Ook genoemd: emulsies TechniekFlamberen
Alcohol in een gerecht kort laten ontbranden.
Ook genoemd: flambeer, geflambeerd TechniekFruiten
Ui, knoflook of andere aromaten zacht bakken zonder sterke bruining.
Ook genoemd: gefruit, fruitte TechniekGaren
Een product door warmte, tijd of zuur van rauw naar eetbaar en gewenst van structuur brengen.
Ook genoemd: gaar, gaart, gegaard TechniekGlaceren
Een product met een glanzend laagje bedekken of in weinig vocht glanzend laten garen.
Ook genoemd: glaceer, geglaceerd TechniekInkoken
Vocht laten verdampen om smaak te concentreren en een saus dikker te maken.
Ook genoemd: ingekookt, kook in, laat inkoken TechniekKaramelliseren
Suikers door verhitting bruin laten worden en diepere smaken laten ontwikkelen.
Ook genoemd: karamelliseer, gekaramelliseerd VoedselveiligheidKerntemperatuur
De temperatuur in het dikste, langzaamst opwarmende deel van een product.
Ook genoemd: kerntemperaturen, kerntemperatuurmeter VoorbereidingKloppen
Met een garde of mixer lucht inbrengen of ingrediënten glad en gelijkmatig mengen.
Ook genoemd: klop, geklopt Bakken en deegKneden
Deeg mengen en bewerken zodat het samenhang en elasticiteit krijgt.
Ook genoemd: kneed, gekneed VoedselveiligheidKruisbesmetting
Onbedoelde overdracht van bacteriën of allergenen van het ene product naar het andere.
Ook genoemd: kruisbesmet Smaak en structuurMaillardreactie
Bruining tussen eiwitten en suikers die geroosterde, hartige smaken vormt.
Ook genoemd: maillard-reactie, maillard reactie VoorbereidingMarineren
Een product vooraf in een smaakmengsel laten staan.
Ook genoemd: marineer, gemarineerd, marinade VoorbereidingMise-en-place
Alles afmeten, snijden en klaarzetten voordat het koken begint.
Ook genoemd: mise en place TechniekMonteren
Een saus op het einde afwerken met koud vet voor glans en een vollere structuur.
Ook genoemd: gemonteerd, monteer TechniekNagaren
Verder garen door opgeslagen restwarmte nadat het product van de hittebron is gehaald.
Ook genoemd: gaart na, nagegaard VoedselveiligheidOntdooien
Bevroren voedsel gecontroleerd weer boven het vriespunt brengen.
Ook genoemd: ontdooid, ontdooi TechniekPasseren
Een saus, soep of puree door een zeef halen voor een gladdere structuur.
Ook genoemd: passeer, gepasserd TechniekPocheren
Voorzichtig garen in vloeistof die net niet hard kookt.
Ook genoemd: pocheer, gepocheerd VoorbereidingPureren
Een product fijnmaken tot een gladde of grove puree.
Ook genoemd: pureer, gepureerd TechniekReduceren
Een vloeistof laten inkoken zodat volume afneemt en smaak sterker wordt.
Ook genoemd: reduceer, gereduceerd, reductie Bakken en deegRijzen
Deeg in volume laten toenemen door gasvorming van gist of desem.
Ook genoemd: rijs, gerezen, rijstijd TechniekRoerbakken
Kleine stukken snel bakken op hoge hitte terwijl je ze geregeld omschept.
Ook genoemd: roerbak, geroerbakt TechniekRoux
Een mengsel van vet en bloem dat saus of soep bindt.
VoorbereidingRusttijd
Tijd waarin een product na mengen of garen met rust wordt gelaten.
Ook genoemd: laten rusten, rusten Smaak en structuurSchiften
Het uit elkaar vallen van een saus of mengsel in vet en vocht of in korrelige delen.
Ook genoemd: geschift, schift TechniekSmoren
Rustig garen in eigen vocht en een kleine hoeveelheid toegevoegd vocht.
Ook genoemd: smoor, gesmoord VoorbereidingSnipperen
Een ui of ander ingrediënt in kleine, redelijk gelijkmatige stukjes snijden.
Ook genoemd: snipper, gesnipperd Bakken en deegSpatelen
Een luchtig mengsel voorzichtig omscheppen zonder veel lucht kwijt te raken.
Ook genoemd: spatel erdoor, doorgespateld TechniekStomen
Garen met hete waterdamp zonder dat het product in het water ligt.
Ook genoemd: stoom, gestoomd TechniekStoven
Langzaam en afgedekt garen met vocht op lage temperatuur.
Ook genoemd: stoof, gestoofd, stoofgerecht TechniekSudderen
Heel zacht koken met af en toe een kleine luchtbel.
Ook genoemd: sudder, gesudderd, pruttelen, pruttelt TechniekTempereren
De temperatuur van een gevoelig ingrediënt geleidelijk aanpassen.
Ook genoemd: tempereer, getempereerd VoorbereidingTrancheren
Gegaard vlees, gevogelte of vis netjes in porties of plakken snijden.
Ook genoemd: trancheer, getrancheerd Smaak en structuurUmami
Hartige, volle basissmaak die onder meer voorkomt in tomaat, kaas, paddenstoelen en soja.
VoorbereidingVoorkoken
Een ingrediënt gedeeltelijk garen voordat het later verder wordt bereid.
Ook genoemd: voorgekookt, kook voor Bakken en deegVouwen
Deeg of een luchtig mengsel voorzichtig over zichzelf leggen.
Ook genoemd: vouw, gevouwen TechniekWellen
Een droog product vocht laten opnemen zonder het lang door te koken.
Ook genoemd: geweld VoorbereidingZeste
De dunne gekleurde buitenkant van de schil van citrusfruit.
Ook genoemd: citroenrasp, limoenrasp, sinaasappelrasp